Stamboom familie Pleijsier
Home
Genealogie
Wie weet waar
E-mail
Download
Links
Untitled Document
Uit het interview dat de dochter van Zilpa,
mevrouw Roni Thome-Gibbes
hield met de oudere broer van Zilpa.


Toen we in het pakhuisje in de Oog in ’t Zeilstraat ondergedoken zaten was Zilpa ruim vijftien jaar oud. Ze was een levendig meisje. In het begin ging het prima, maar na korte tijd begon Zilpa zich te vervelen. Ze wou naar buiten. Men zocht voor haar dan ook een ander onderduikadres. Een plek waar ze ook kon werken en haar overmaat aan energie gebruiken.
Vermoedelijk door juffrouw Jasperse, onze hoedenmodiste, een bezoekster van de Remonstrantse Kerk, kwamen we in contact met de koster van die kerk, een jonge man genaamd Wim Pleijsier. Hij heeft ons geholpen.

Zilpa had het er best naar haar zin. Het hele complex, dus kerk annex kostershuis was groot. Ze heeft daar huishoudelijk werk verricht. Bijvoorbeeld: koperwerk poetsen, de roedes van de traplopers poetsen, vloeren en meubels boenen, kleden kloppen enz. Dat vond ze niet erg. Door het werk ging de tijd sneller voorbij. En de vrouw van de koster Nel Pleijsier-van Buren was erg aardig. Zondags zat ze in de kerk. Zilpa was niet bijzonder handig. Ze was heel bedroefd toen er door haar schuld een gat in een kostbaar tapijt was gekomen. Wim Pleijsier stelde haar onmiddellijk gerust.

Onder de vloer zaten meerdere Joden, en ook twee Duitse Wehrmachtdeserteurs. Vaak waren er ook studenten uit Delft, jongens die in de ondergrondse zaten. Het enige dat Zilpa ons vertelde was dat er in de kerk ook andere Joden ondergedoken zaten. Zij bleven daar niet lang, na een tijdje gingen ze naar een andere onderduikplek. Wel had ze het over de twee Duitse deserteurs. De één heette Dieter. Hij was een magere bleke, verlegen jongen van begin twintig. Hij was heel vroom in zijn christelijk geloof. Hij wou, uit principiële overtuiging, niet in het leger dienen. De andere heette Jozef, hij had vrouw en kinderen thuis.

Ook Zilpa moest vaak in de kelder zitten vanwege de regelmatige razzia’s. Ze zat daar soms met meer dan twintig jongens. Op een keer was ze boven bezig met huishoudelijke klusjes. De jongste deserteur, Dieter, zat een etage lager. Hij hoorde stemmen van Duitsers beneden. Als de bliksem kwam hij naar boven. Zonder iets te zeggen pakte hij Zilpa bij de arm en trok haar een kast in. Gelukkig gingen de Duitsers snel weg. Die twee werden later geplaagd door de andere jongens.

Op een ochtend kwam Nederlandse politie met W.A. mannen op bezoek. Zilpa had het niet in de gaten. Ze kwam met een boodschappenmand de trap af. “Oh, kijk eens”, riep een van de mannen. “En wie ben jij?”, vroeg zijn collega. “Ik ben hier het dienstmeisje”, antwoordde ze zonder te aarzelen, “en ik heb nu niet veel tijd. Ik moet voor mevrouw boodschappen doen. Straks hebben ze niets meer in de winkels”. Ze keek de mannen recht in het gezicht. “Goed”, zei de commandant, “maar je zorgt ervoor dat je binnen één uur hier terug bent! Heb je mij begrepen?” “Vanzelfsprekend”, zei Zilpa en ging weg. Ze kwam niet meer terug, maar vluchtte naar een buurvrouw die ook veel onderduikers had. Tegen de avond kwam ze weer bij ons in de Oog in ’t Zeilstraat.

 

 


Copyright ©, by J.Pleijsier 2020
Home
Genealogie
Wie weet waar
E-mail
Download
Links