Stamboom familie Pleijsier

Historie(s)

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 ... 33» Volgende»     » Dia voorstelling

Fragment van Rijsoordse tak

Met dank aan de samenstellers:
M. Akkermans, Merksem (B).
J.A. Plaisier, Bergen op Zoom (NL).

Fragment Genealogie RIJSOORD.

Omdat we hier met een zeer oud Rijsoords geslacht van doen hebben, zullen we eerst in vogelvlucht stilstaan bij de geschiedenis van dit dorp.

Het ontstaan en opkomst van Rijsoord is in belangrijke mate te danken aan de toewijding van de eerste ambachtsheer Gerard Allewijnszone. Hij slaagde er al spoedig in, belangrijke voorrechten bij de Graven te bedingen, zodat Rijsoord een betere woonplaats werd voor burgers dan elders in de Zwijndrechtse Waard.
De kerk van Rijsoord (1334-1336) was de eerste in de Waard. Omstreeks 1395 waren er al vier t.w. : Henric Yen kerc (Hendrik Ido Ambacht), Oudelans kerc (Heeroudelandsambacht), Heynkerc (Heerjansdam) en Ecclesia Danielis (Kijfhoek). Een jaar later wordt ook genoemd Doevelskerc (Grote Lindt) en in 1450 wordt de laatste ‘tFeer (Zwijndrecht) vermeld.
Sedert 1339 mochten er in Rijsoord een weekmarkt en zelfs 2 vrije jaarmarkten worden gehouden.
Er bestaat een belangwekkende bron van gegevens, betreffende de samenleving in Holland anno 1515. Aanleiding hiertoe was - hoe kan het anders - een belastingkwestie; door de landsregering werd een onderzoek ingesteld naar de omstandigheden waaronder de bevolking leefde en voor de eerste maal kreeg - ondanks Dordts verzet - ditmaal Zuid-Holland een beurt. Op 25 januari 1515 werden schouten en schepenen der Zwijndrechtse dorpen in Dordrecht ontboden en uit hun beedigde verklaringen blijkt duidelijk, hoe hoog de nood op het platteland gestegen was. Een kwart van de Heerjansdammers was armlastig en in de Linde nog een groter aantal. Kijfhoek gaf een heel droevig beeld - 6 huizen waren er slechts - en de inwoners waren zo arm en hadden al zoveel gegeven “dat sys niet langer geven en mogen of zy zouden vandaen moeten vertrecken”. In Hendrik Ido Ambacht was meer dan de helft der huisgezinnen armlastig. Slechts Rijsoord en Sandelinge Ambacht staken wat gunstiger af. Ieder dorp moest 6 vragen beantwoorden:

RIJSOERDE.

Heer Jan van Alcmaer, pastoer van Rijsoert, Anthuenis Adriaenszoon, schout, oudt 60 jaeren, Dirrick Jacopszoon, oudt 50 jaeren, ende Heindrick Dirricxzoon, oudt 45 jaeren, scepenen in Rijsoerde, seggen by eede tguendt dat hiernaer volcht, eerst,
Upt Ie, datter zijn in als 11 haertsteden, behalve de pastoer ende coster; ende zijn genouch in eene doene de naeste 10 jaeren herwaerts.
Upt IIe seyt de pastoer, datter zijn tusschen de 30 ende 40 communicanten.
Upt IIIe seggen, dat zy geen exchijs en geven tot prouffyte van hueren dorpe, maer haelen huer bier Tordrecht, aldaer zy exchijs geven van tvat 3 st., ende en moeten nerghens bier halen dan Tordrecht, noch en moghen huer coern nerghens voeren dan Tordrecht, aldaer zy betaelen maekelaerdyegelt, te weten van elck hoet haveren de cooper ende vercoiper elcx eenen halven st., ende voorts van andere coern naer advenant; ende als zy de stede huere exchijs betailen, zoe moghen zy huer coern voeren daer zy willen, maer dat gebeurt selden.
Upt IVe seggen, dat zy hueren portie in de ommeslagen niet en gaderen by de kerven, maer stellent onderlanghe nae dat elcx gegoet es, zoe dickwil ast gebuert; ende huere portie draecht in tcroengelt sjaers 70 croenen, daertoe zy ontfanghen 4 st. van de mergen, die den eyghen betaelt, sulcx datter niet en blijft boven 15 Rh. gl., die zy up heure goeden ende hoofden ommeslaen moeten, in welcke 15 Rh. gl. de rijcxste gelt 3 Rh. gl. ende voorts naer advenant, ende de rijcxste wert gereeckent by estimatie 500 Rh. gl. eens, alle huere goeden daer inne gereeckent die zy hebben.
Upt Ve seggen, dat zy hem generen mit bouwerye ende lantneringe. Heur ambocht es groot 346 mergen, daerof de 25 of 30 mergen hemluyden in den dorpe toebehoerende, ende de reste behoert binnen der stede van Dordrecht ende elders; ende daer en zijn geen geestelicke luyden of poorters, die aldaer lant selver gebruycken. Ende de mergen lants gelt te huyere, teen deur tandere, tusschen 2 Rh. gl. ende 1 nobel, ende te coop 7 of 8 £ gr.; ende en gebruycken tvoors. lant niet half, maer andere dorpen daer omtrent geseten die gebruykent.
Upt VIe seggen, dat zy veel dijckaetge te houden hebben, alsoe zy rontsomme int water leggen, ende hebben te gelden by gemeene jaeren van sluysgelt, moelengelt ende dijckaetge, upte mergen 12, 13 of 14st.

De brug van Rijsoord werd in 1543 over de Waal geslagen, bewesten de Rijsoordse kerk, ter vervanging van het oude schuitveer dat hier sedert 1332 dienst deed. Voor herstelling van de brug gaf Prins Willem van Oranje op 4 december 1582 toestemming de kosten hiervoor te mogen verhalen uit een omslag over alle morgens (1 morgen = 93 A 94 ca.) der Zwijndrechtse Waard, mits de ingelanden dan voortaan vrijgesteld zouden zijn van bruggegeld. Aert van der Graef heeft de brug getimmerd voor de aangenomen som van 1450 ponden.
In 1615 werd zij “door ouderdom en tlanck gebruyck vergaen ende ontramponeerd bevonden”. De toenmalige Schout van Rijsoord, Lenaert Foppen van Driel wilde op zijn kosten de brug wel herstellen als hij alle rechten erbij over kon nemen. Men ging akkoord maar na herstel ging hij ook van de Waardbewoners bruggegeld eisen. Er ontstond een proces, dat in april 1617 eindigde in een arbitrale uitspraak: voor immer zouden allen, vallende onder de schouw van Zwijndrecht, vrijgesteld zijn van bruggegeld, mits éénmaal betalende een som van 3 stuivers voor iedere morgen die de Waard telde.

Rijsoord en de Reformatie.

De kerkelijke gemeente is ontstaan in 1578. We kunnen gerust aannemen dat er daarvoor ook wel bijeenkomsten zijn geweest. In 1580 wordt vanuit Rijsoord aan de Classis te Dordrecht gevraagd om een predikant, samen met de gemeente Hendrik Ido Ambacht.
Een zekere Otto Genonis, een Rijsoordenaar verzocht al in 1579 om predikant te mogen worden. Zijn proefpredeking op 4 mei 1579 verliep niet bepaald gunstig. Hij werd later nog beroepen in Barendrecht. De eerste predikant te Rijsoord werd Godefricus Allendorp, van beroep oorspronkelijk boekbinder te Dordrecht. Op een zondag na 9 juni 1580 werd hij bevestigd door Ds. Johannes Rochus, predikant te Ridderkerk. Als we hier nog terloops vermelden, dat in 1575 Alblasserdam, dorp en kerk door de Spanjaarden werden verbrand dan blijkt, dat het ook in Rijsoord een allesbehalve rustige tijd was. In 1585 werd Allendorp opgevolgd door Gilles Tavenier. Vaak moest er worden opgetreden tegen bepaalde uitwassen; zo liep er in Rijsoord een man rond, die de mensen uit de kerk houdt en zegt dat hij is benoemd om zieken te bezoeken en hij raadt de mensen ook aan om hun kinderen niet te laten dopen. In 1593 meldt Tavenier aan de Classis “aengedient dat eenighe ongeschicte vroedvrouwen tot Rijsoort ende elders, het gemeyne volck met vele superstitien (bijgeloof) ende vreemde factien (daden) vervoeren. Is goetgevonden dat Gilles voors met Luca van der Haghen deselve sullen aenspreken ende die vermanen van ‘t selve af te laten, ofte datse bij faulte van dien veroorsaect zullen worden den hooghofficier aen te dienen”.
Vanaf het begin drongen de Ambachters er op aan een eigen predikant in hun midden te hebben. Na het overlijden van Tavernier in 1604 kreeg het Ambacht een eigen predikant nl. Hermes Celosse en Rijsoord benoemde Franciscus Laurinius.

In de beginjaren werd de zgn. vroegdoop gedaan, zo spoedig mogelijk na de geboorte van het kind. Vandaar dat meestal de vader alleen bij het doopvont stond. Later kwamen er getuigen (ca. 1620) bijstaan, nog weer later ook de moeder.

Bronnen:

* Informacie upt stuck der verpondinghe 1514 (oude stijl! ) Hollant ende Vrieslant, Uitg. Sijthoff, Leiden 1866.
* Het Hoogheemraadschap van de Zwijndrechtse Waard 1331-1955, F. Jorissen.
* De kerk over de brug, 400 jaar N.H. gemeente te Rijsoord, 1980.

Met dank aan de samenstellers:
M. Akkermans, Merksem (B).
J.A. Plaisier, Bergen op Zoom (NL).


» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 ... 33» Volgende»     » Dia voorstelling