Stamboom familie Pleijsier

Historie(s)

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 19 20 21 22 23 24 25 26 27 ... 33» Volgende»     » Dia voorstelling

Onderduikers in de Remonstrantse Kerk aan de Laan te Den Haag.

De vroegere Remonstrantse Kerk in het centrum van Den Haag aan de Laan
is tijdens de Duitse bezetting een ideale schuilplaats voor onderduikers geweest.
Soms zaten er meer dan twintig: Joden, knokploegers, Delftse studenten, jongens die de Arbeitseinsatz ontdoken
en zelfs twee deserteurs uit de Wehrmacht.

Onderduikers in de Remonstrantse Kerk aan de Laan te Den Haag

De vroegere Remonstrantse Kerk in het centrum van Den Haag aan de Laan is tijdens de Duitse bezetting een

ideale schuilplaats voor onderduikers geweest. Soms zaten er meer dan twintig: Joden, knokploegers, Delftse studenten, jongens die de Arbeitseinsatz ontdoken en zelfs twee deserteurs uit de Wehrmacht.
Het gebouw met al zijn gangen, zolders, kelders, kruipruimten en grote kasten leende zich uitstekend om mensen te verstoppen. Een van de beste schuilplaatsen was onder de vloer van de consistoriekamer. In die vloer was onder leiding van Wim Pleijsier, de koster van de kerk, een luik uitgezaagd dat van onder met schuiven klemmend kon worden gesloten. Chiel Kleijn, de zoon van ds. F. Kleijn, had een ingenieuze constructie bedacht om er voor te zorgen dat de vaste vloerbedekking ook werkelijk vast lag en rimpelloos tegen de plint sloot.
Met fretboortjes waren er gaatjes in de vloer gemaakt, waardoor dunne touwtjes waren geregen die aan de onderkant van de vloerbedekking waren gehecht.
Na sluiting van het luik werden de touwtjes aangetrokken en aan kikkers op de vloerbalken onder spanning vastgezet.

Behalve in de kerk zaten er ook onderduikers op Laan 22, het huis boven de hoofdingang van de kerk dat verhuurd was aan mevrouw Carolien Nonnekens, een schoonzuster van de kosteres en koster Pleijsier.

Wim Pleijsier


Nel Pleijsier-Van Buren


Op Laan nr. 20 woonde het kosters echtpaar Wim en Nel Pleijsier.
Toen ds. Kleijn met gezin voor de aanleg van de Atlantic Wall uit hun huis in het Belgisch Park waren gezet, zijn zij op Laan nr. 24 ondergebracht, dat toen toevallig leegstond.

Hendrik Willem Pleijsier


Nel Pleijsier- van Buren

In de nacht van 8 op 9 december 1944 is het bij een razzia toch misgegaan na de velen die hiervoor geweest waren..
Door verraad en het feit dat het luik per ongeluk niet gesloten was, is die avond een groep onderduikers gepakt. Wim Pleijsier, zijn broer organist Carel Pleijsier en ds. Kleijn met zijn zoons werden meegenomen.
De groep werd eerst in een school vastgehouden, vervolgens overgebracht naar de gevangenis aan de Casuaristraat, waarna de groep na een kort verblijf in het Oranjehotel zonder ds. Kleijn op transport naar Duitsland werd gesteld. Door subtiel relatiewerk kwam ds. Kleijn op 8 maart 1945 vrij. De zoons van ds. Kleijn wisten tijdens dit transport te ontsnappen en wachtten op een ander onderduikadres het einde van de oorlog af.
Carel wilde niet vluchten en Wim bleef daarmee ook achter omdat hij zijn broer Carel niet alleen wilde laten.
Wim Pleijsier en Carel Pleijsier werden in een werkkamp te Unna-Königsborn opgesloten. Carel kreeg een zware infectie aan zijn handen de Duitse artsen wilde deze eerst amputeren. Toen hij vertelde dat hij organist was hebben de Duitsers zijn handen kunnen redden en werd hij naar huis gestuurd. Wim had geen reden achter te blijven nu Carel weg was en vluchtte uit het kamp.
Zie verhaal van Wim's vlucht.
De anderen vonden na de capitulatie hun weg terug naar huis, vaak na een barre voettocht van dagen.




Ds. Klein
Ds. Kleijn heeft zelf niet daadwerkelijk aan illegaal of ondergronds werk meegedaan.Wel vervulde hij voor velen die daar wel actief bij betrokken waren een vertrouwensfunctie en kon hij velen met steun en advies bijstaan. Met de voorzitter van de Coza , mr. Westerouen van Meeteren, vertegenwoordigde hij de Remonstrantse Broederschap in het landelijk Convent van Kerken. Hier deed hij het voorstel om de Nieuwe Kerk op de Dam voor alle joodse landgenoten en vluchtelingen open te stellen. Priesters in habijt en predikanten in toga zouden de ingangen bewaken. Het voorstel kreeg geen kans. Het kostte Kleijn wel enkele maanden opsluiting in Scheveningen, in het “Oranjehotel”.

Enige tijd geleden kreeg ds. Goud van mevrouw Thome-Gibbes een verzoek om informatie over de Kerk aan de Laan tijdens de Duitse bezetting. Haar moeder, Zilpa Meibergen, had van eind 1942 tot medio 1943 als Zilpa Meibergen
vijftienjarig meisje in de Kerk aan de Laan ondergedoken gezeten. Het verslag dat mevrouw Thome-Gibbes heeft gemaakt van haar interview met haar oom Frits Meibergen, de broer van Zilpa, geeft een beeld van deze periode.
Zie interview dat de dochter van Zilpa, mevrouw Thome-Gibbes, hield met de oudere broer van Zilpa



Zilpa Meibergen 1942

Mevrouw Thome-Gibbes heeft onlangs stappen ondernomen om voor Wim en Nel Pleijsier en voor ds. Kleijn postuum de Hasidei Umot Olam onderscheiding te krijgen.
Bij het lezen van het moedige optreden van mensen als Wim en Nel Pleijsier en ds. Kleijn tijdens de bezetting, wanneer het gaat om vragen van leven en dood, vroeg ik me af hoe ik zou optreden in dergelijke omstandigheden. De dagen rond 4 en 5 mei geven daar in het bijzonder aanleiding toe. Met diepe bewondering gedenk ik dan al die mensen die zich toen voor anderen hebben durven inzetten.

Tekst grotendeels overgenomen uit Kredo Mei 2008 door Dhr. P.L.Slis.


Verbonden metPleijsier, Hendrik Willem (Gebeurtenis:); van Buren, Neeltje Alida (Onderscheiding)

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 19 20 21 22 23 24 25 26 27 ... 33» Volgende»     » Dia voorstelling